Sinds juni 2025 geldt de Europese toegankelijkheidswet ook voor veel commerciële websites. De meeste sites voldoen niet, en de oplossing is minder ingrijpend dan je denkt.
Toegankelijkheid wordt vaak gezien als iets voor een kleine groep. In werkelijkheid is het gewoon goed vakwerk waar élke bezoeker van profiteert (en Google ook).
Jarenlang was digitale toegankelijkheid in Nederland vooral een overheidsdossier: gemeentes en ministeries moesten eraan geloven, het bedrijfsleven keek toe. Dat is veranderd. Met de European Accessibility Act (EAA), sinds 28 juni 2025 van kracht, geldt een toegankelijkheidsplicht ook voor een brede groep commerciële dienstverleners waaronder webshops, banken, telecomaanbieders en vervoerders. Wie eronder valt en niet voldoet, riskeert handhaving.
Maar wie toegankelijkheid alleen als compliance-vraagstuk behandelt, mist het grotere punt: zo’n vijftien tot twintig procent van je bezoekers heeft een vorm van beperking: blijvend, tijdelijk (een gebroken pols) of situationeel (fel zonlicht op een telefoonscherm). Een ontoegankelijke site sluit die groep buiten. Dat is niet alleen onaardig, het is slecht voor de omzet.
Wat toegankelijkheid concreet betekent
De norm waar het in de praktijk om draait is WCAG 2.1 niveau AA. Dat klinkt abstract, maar de kern is verrassend nuchter. Een greep uit wat er getoetst wordt:
- Contrast en leesbaarheid. Tekst moet voldoende contrast hebben met de achtergrond. Het lichtgrijze tekstje op een witte achtergrond dat designers zo mooi vinden, valt hier vrijwel altijd op af.
- Bedienbaar zonder muis. Alles wat klikbaar is, moet ook met alleen een toetsenbord bereikbaar en bedienbaar zijn (inclusief menu’s, modals en formulieren, en met een zichtbare focus-indicator).
- Betekenisvolle HTML. Koppen die echt koppen zijn (h1, h2), knoppen die echt knoppen zijn, formuliervelden met gekoppelde labels. Screenreaders leunen volledig op die structuur.
- Alternatieven voor beeld en geluid. Alt-teksten die beschrijven wat er op een afbeelding staat, ondertiteling bij video.
- Begrijpelijke foutmeldingen. “Er is iets misgegaan” helpt niemand; “vul een geldig e-mailadres in bij het veld E-mail” wel.
Wie ons artikel over WordPress zonder bloat kent, ziet de overlap: schone, semantische HTML is zowel de basis van een snelle site als van een toegankelijke. Slordige div-soep uit een pagebuilder is voor beide een probleem.
Waarom een overlay-widget de oplossing niet is
Er is een hele industrie ontstaan van “accessibility overlays”: widgets die beloven je site met één script toegankelijk te maken. Trap er niet in. Zo’n laag over een ontoegankelijke site heen lost de onderliggende structuurproblemen niet op, zit gebruikers van hulpsoftware vaak juist in de weg, en biedt juridisch geen enkele zekerheid. Toegankelijkheid zit in de code zelf: er is geen shortcut omheen.
De commerciële kant van het verhaal
Los van de wet en de doelgroep is er nog een reden om dit serieus te nemen: vrijwel alles wat toegankelijkheid verbetert, verbetert ook de rest van je site. Semantische structuur helpt zoekmachines én AI-assistenten je content te begrijpen. Goede contrasten en duidelijke formulieren verhogen conversie voor iedereen. Toetsenbordnavigatie dwingt tot logische paginastructuur. Het is dezelfde kwaliteitslat, drie keer uitbetaald.
Hoe je begint
Begin met een audit: waar staat de site nu ten opzichte van WCAG 2.1 AA? Bij bestaande sites blijkt het merendeel van de problemen doorgaans terug te voeren op een handvol patronen: contrasten, labels, focus-states, alt-teksten die zich systematisch laten oplossen. Bij nieuwbouw is het nog eenvoudiger: wie toegankelijkheid vanaf het eerste ontwerp meeneemt, betaalt er nauwelijks iets extra’s voor. Achteraf repareren is duur; vooraf goed doen is bijna gratis.
Bij Digital Dreamers is dat dan ook de standaard: elke site die we opleveren, is gebouwd op semantische HTML en getoetst op de belangrijkste WCAG-criteria. Niet omdat het moet van Brussel, maar omdat het betere sites oplevert.


